Principe 6: Een noodzakelijk evenwicht tussen de natuur, de kosmos en de mens
[door Jan Franken en Jan Hilbert]
Een noodzakelijk evenwicht tussen de natuur, de kosmos en de mens - natuur, mens en kosmos zijn niet alleen met elkaar verbonden, maar ook met elkaar in evenwicht. Dat is de kern van onze ‘cosmovisie’ - we hebben een diepe band met ons land en onze gemeenschap. En dan het meest interessant misschien; ‘we verwerpen de commodificatie [tot handelswaar maken] van iedere vorm van leven.’ - maar wat is dan een zelfoogsttuin waar je geld vraagt voor je groentes?
Cosmovisie
Een ‘cosmovisie’ hebben we niet zomaar. Voor ons tuinders is de aarde al groot en complex en focussen we in eerste instantie op de bodem, de plek en de omgeving waar onze verbinding direct en voelbaar is. Het grotere geheel proberen we hierbij niet uit het oog te verliezen.
Commodificatie (het tot handelswaar maken) is iets wat we zo veel mogelijk willen voorkomen of afbouwen. We zien de verbinding van commodificatie met een kapitalistisch systeem waarin we leven en waar we niet zomaar uit kunnen stappen, zelfs als we dat graag willen. Ook tuinders moeten een inkomen hebben, om kosten te kunnen betalen waaraan je in onze huidige maatschappij niet ontkomt. Het ruilmiddel voor de groenten die zij telen blijft voorlopig geld en dan is er toch een stuk ‘handel’.
De grond onder onze voeten
Grond oftewel beteelbare bodem is een ander belangrijk punt. Voor veel tuinderijen als de onze is de toegang tot grond verbonden met onzekerheden. Pacht- en huurcontracten zijn zelden langlopend. Maar een duurzame toegang tot grond of zelfs eigendom hiervan zijn een voorwaarde voor stabiliteit en daarmee wezenlijk voor het ‘bouwen’ van een sterke voedselgemeenschap.
Eigenlijk zou grond van niemand maar van zichzelf moeten zijn. En iedereen die (agrarische) grond gebruikt zou de verplichting moeten hebben om deze minstens even goed en liefst beter over te dragen dan bij begin aangetroffen. De verplichting tot instandhouding en verbetering van grond zou dus zwaarder moeten wegen dan het recht op gebruik en exploitatie. Daar zijn we voorlopig niet, maar daar willen we wel heen. En we willen deze verplichting liefst met een gemeenschap op ons nemen.
‘In verbinding’ kent vele facetten
In evenwicht en verbinding met de natuur telen is een van onze basisprincipes. Dit kunnen we ondersteunen en versterken door als gemeenschap in verbinding te zijn met de plek en met wat we hier met z’n allen doen. Dit heeft heel veel verschillende facetten. Doordat we een zelfoogsttuin zijn, hebben veel mensen de mogelijkheid om contact te maken met de aarde en wat de aarde voort kan brengen. We leren dat er naast overvloed ook schaarste kan zijn. We doen het samen en nemen samen de verantwoordelijkheid. Dit doen we zonder dat we elkaar controleren, maar in vertrouwen en respect voor elkaar. We hebben bodemregels voor hoe we met elkaar omgaan, maar willen ook ruimte en vrijheid geven. We zien dat veel kleine dingen bijdragen aan het geheel en belangrijk zijn. Dat we op een relatief klein stuk land toch heel veel kunnen creëren. Dat monocultuur hier niet hoeft en dat een grote diversiteit in teelten en natuurelementen een vorm van rijkdom is.
De toekomst
We zien dat de tuin en het geheel (de plek) voor veel mensen een belangrijke plek zijn. Om dingen te doen, om in contact te komen met anderen. En soms om er gewoon te zijn. Vormen van beleving, die voor de huidige stedeling niet vanzelfsprekend zijn. Verbinding voelen blijft hierbij een sleutelbegrip. Als tuinders zouden we liefst zien dat Kansrijk een duurzame toekomst tegemoet gaat met bestaanszekerheid op de langere termijn. Liefst met een stuk zeggenschap of zelfs eigenaarschap over delen van de grond. Om voort te kunnen zetten, wat we nu al zo goed mogelijk proberen te doen: op de basis van biologisch telen een duurzame en goede plek creëren en beheren voor plant, dier en mens.