Principe 7: Organisaties en bewegingen zijn de grond waaruit agro-ecologie bloeit

[door Jan F en Jesse]

Families, gemeenschappen, collectieven, organisaties en bewegingen zijn de vruchtbare grond waarin agro- ecologie bloeit,’ lezen we in het zevende agro-ecologie principe. Dat betekent voor ons twee dingen. Allereerst dat we op onze eigen tuin bouwen aan een steeds sterkere en hechtere voedselgemeenschap. En dat we daarnaast onderdeel proberen te zijn van een grotere beweging die staat voor goed voedsel binnen de grenzen van de planeet. 


Een voedselgemeenschap 

Het bouwen aan een voedselgemeenschap betekent voor ons dat we meer willen zijn dan een plek waar je voedsel vandaan komt. Sowieso zijn we geen anonieme supermarkt, waar je zonder enige verbintenis je voedsel uit het schap vist. Alleen al door naar de plek te komen waar je voedsel groeit, rekenen we af met die anonimiteit. Maar bij het bouwen van een gemeenschap staat nog een andere vraag centraal: Hoe kunnen we mogelijkheden creëren voor mensen om zich nog sterker te verbinden met onze plek? Dat doen we bij Kansrijk op een aantal manieren: 

  • Als oogst-lid kies je ervoor om tijd te steken in je eten. En kies je voor een landbouwsysteem waarin bodem en boer centraal staan (en zwem je dus tegen de stroom in!)

  • Als deelnemer aan workshops, potlucks, yoga-les of de theetuin gebruik je de tuin om te leren, verbinden en ontspannen

  • Als vrijwilliger werk je mee op de tuin en draag je bij aan een overvloedige oogst, bij de gratie waarvan onze plek bestaat


Daarbij is het belangrijk dat er ruimte is voor initiatieven vanuit de gemeenschap. Waarbij niet alleen de betaalde tuinders in de lead zijn, maar waarbij ook anderen uit de gemeenschap eigenaarschap kunnen nemen. ‘Daarom zijn we heel trots op verschillende initiatieven die in de afgelopen jaren vanuit onze gemeenschap zijn ontstaan, zoals voedselcollectief de Kans, jaarlijkse bezoeken van schoolklassen (van basisschool tot universitaire studenten), of het jaarlijkse bezoek van nieuwkomers die in het Koos Vorinkhuis verblijven,’ aldus Jan.  


Onderdeel van een grotere beweging

In principe 7 lezen we ook:

Organisaties en bewegingen zijn de grond waaruit agro-ecologie bloeit. [...] Collectieve zelforganisatie en actie maken het mogelijk om agro-ecologie op te schalen, lokale voedselsystemen op te bouwen, en de corporate heerschappij over ons voedselsysteem uit te dagen. Solidariteit [...] is een cruciaal ingrediënt.

Bij Kansrijk willen we daarom ook verbonden zijn met wat er buiten onze 2 hectare gebeurt. Daarom zijn we bijvoorbeeld aangesloten bij het CSA-netwerk, Toekomstboeren en Caring Farmers. Allemaal collectieven voor en door collega-boeren, met boerderijen en tuinderijen zoals die van ons, die allemaal snappen dat we samen moeten werken om ergens te komen. En om diezelfde reden schreven we deze zomer een stuk over onze solidariteit met Palestijnse boeren, voor wie de landbouw en daarmee het leven, meer en meer onmogelijk wordt gemaakt door de Israelische bezetter.


Uitdagingen

Het bouwen van een voedselgemeenschap gaat niet vanzelf. Een vraag die ons veel bezig houdt is: kan iedereen meedoen bij Kansrijk? Dat heeft te maken met geld, want een oogstaandeel is niet goedkoop. Het heeft ook te maken met toegankelijkheid: wie voelen zich thuis bij onze tuin en wie misschien (nog) niet? Daarnaast is het ook een uitdaging om een balans te vinden tussen de energie en tijd die het organiseren van initiatieven voor de gemeenschap kost aan de ene kant, en de aandacht en tijd die het tuinbouwbedrijf Kansrijk, zeker in het hoogseizoen, vraagt. 


Langzaam groeit er iets moois

‘Uiteindelijk zijn we vooral intens gelukkig wanneer we zien dat er om ons heen allerlei banden ontstaan,’ aldus Jesse. Mensen komen elkaar tegen op de tuin, spreken af op de tuin, er ontstaan vriendschappen en mensen weten elkaar te vinden als ze iets nodig hebben. Ook buiten de tuin. Samen oogsten, samen werken, samen eten, samen aan een alternatief systeem bouwen: het schept een band! En die band, dat is de voedselgemeenschap.